Regels en criteria


Om te beoordelen of iemand voedselhulp krijgt, hanteren wij landelijke regels en criteria. Hieronder lees je een samenvatting van deze toekenningscriteria (geldig vanaf 1 januari 2019).


1  Normbedragen


De normbedragen zijn als volgt: 

  • Basisbedrag per huishouden: € 135,-  
  • Per persoon: € 90,-  
Aantal kinderen  Alleenstaand  Echtpaar/samenwonenden 
0  € 225,-  € 315,- 
1  € 315,- € 405,-
2  € 405,- € 495,-
3  € 495,- € 585,-
4  € 585,- € 675,-
5  € 675,-  € 765,-

Uitgangspunt is dat ieder huishouden voedselhulp kan krijgen volgens de vastgestelde toelatingscriteria. Het normbedrag voor toelating conform criteria en de omvang van de voedselhulp wordt met name bepaald door het aantal inwonende gezinsleden.

2  Inkomsten


Hieronder vallen alle netto inkomsten, inclusief toeslagen en (voorlopige) teruggaaf inkomstenbelasting van aanvrager, van de partner of inwonende volwassene waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Voor inwonende (kostgeld verdienende) kinderen of andere familieleden gaan we uit van een bijdrage van € 200,- en we tellen bijvoorbeeld het kind gebonden budget ook mee. 

Niet meegeteld worden: 

  • inkomsten die een specifiek doel hebben, zoals langdurigheidstoeslag en kleine inkomsten uit hobby
  • vakantietoeslag
  • kinderbijslag
  • studiefinanciering inwonende kinderen
  • persoonsgebonden budget (PGB)
  • neveninkomsten van kinderen zoals krantenwijk, bijbaantje e.d. 

3  Uitgaven


Bij de uitgaven tellen alleen de kosten mee van de personen van wie het inkomen is meegeteld. Kosten, die bijvoorbeeld vanuit de kinderbijslag of persoonsgebonden budget worden voldaan, tellen dus niet mee. De meest voorkomende zaken die bijna alle uitgaven afdekken zijn: 

  • Huur 
  • Rente en aflossing hypotheek 
  • Energie: werkelijke kosten, maximaal € 165,–
  • Water: werkelijke kosten, maximaal € 22,–
  • Premie zorgverzekering: werkelijke kosten, maximaal € 138,– per volwassene
  • Eigen risico: maximaal € 32,– per volwassene
  • Niet vergoede zorgkosten: maximaal € 24,– per volwassene 
  • Premie overige verzekeringen (zoals inboedel–, WA– en begrafenisverzekering): werkelijke kosten, maximaal € 37,–
  • Telefoon, TV en internet: werkelijke kosten, maximaal € 60,– 
  • Persoonlijke verzorging: werkelijke kosten, maximaal € 36,–
  • Was- en schoonmaakmiddelen: werkelijke kosten, maximaal € 7,– 
  • Gemeentelijke belastingen (voor zover die daadwerkelijk worden betaald) 
  • Belastingen Waterschap (voor zover die daadwerkelijk worden betaald) 
  • Aflossing van schulden (schulden aan familieleden worden in beginsel niet meegenomen) 
  • Kosten kinderopvang mits noodzakelijk 
  • Kosten vervoer voor onder andere woon-werkverkeer en op medische gronden: werkelijke kosten, maximaal € 26,– 

Overige uitgaven dienen altijd te worden gespecificeerd. 

Niet meegeteld worden: 

  • Autokosten
  • Kosten van huisdieren 
  • Premie voor spaar-, pensioen- of overlijdensrisicoverzekering met spaarelement, voor zover niet verbonden aan de eigen woning 

4  Hardheidsclausule


Het is onmogelijk om alle situaties te vangen in regeltjes. Indien het toepassen van de hiervoor vermelde regels, in zeer bijzondere situaties, tot ongewenste situaties leidt, kan de beoordelaar bij uitzondering, maar wel onderbouwd, afwijken van deze regels. 

Studenten krijgen geen voedselhulp 
Studenten komen niet in aanmerking voor voedselhulp omdat zij studiefinanciering krijgen en met een bijbaantje geld bij kunnen verdienen.